Maximaal resultaat voor Prosperia Team Brinkmann UHC

Geplaatst op 27 juni 2011
LAATSTE NIEUWS

MAXIMAAL RESULTAAT VOOR PROSPERIA TEAM BRINKMANN UHC OP SPA FRANCORCHAMPS

Prosperia Team Brinkmann UHC heeft een goed weekend achter de rug op het Belgische circuit van Spa Francorchamps. Coureurs Ardi van der Hoek en Robert de Graaff pakten in de Dutch Supercar Challenge op vrijdag de pole position, wonnen in de regen de eerste race op zaterdag en pakten tijdens de tweede race op zondag maar net naast het podium. Teammanager Olly Brinkman had vooraf gerekend op een moeilijk weekend, maar was na afloop zeer tevreden over het behaalde resultaat.

De kwalificatie was lastig voor de deelnemers van de Dutch Supercar Challenge. Voorafgaand aan de sessie had het namelijk geregend waardoor de baan gedurende de kwalificatie steeds droger werd. Prosperia Team Brinkmann UHC klokte uiteindelijk op slicks een tijd van 2:24.038, wat aan het einde van de sessie goed bleek voor de pole position. Hiermee hield het team snelle auto’s zoals de Corvette C6.R GT1, de Ferrari 430 GT2 en de Mosler MT900 achter zich.

In de eerste race, die verreden werd onder natte omstandigheden, kende Robert de Graaff een goede start. De Graaff kon in La Source zowel Martin Short in de Mosler MT900 als Diederik Sijthoff in de Viper achter zich houden en kon daarna meteen een gaatje slaan ten opzichte van de concurrentie. Dat gat werd echter meteen al teniet gedaan omdat door een crash van Dave Basu in Eau Rouge de safetycar de baan op moest komen. Ook bij de herstart van de race ging het fout, want ditmaal was het Martin Webb die met zijn BMW E46 GTR achterwaarts in de vangrail eindigde. Dit resulteerde in een tweede safetycar situatie.

Hierna was het meteen de beurt aan Ardi van der Hoek om het stuur over te nemen van Robert de Graaff. Achter Van der Hoek was concurrent Diederik Sijthoff in de rondte getikt waardoor Van der Hoek een gat kon slaan naar zijn achtervolgers. Dit gat werd ronde na ronde groter waardoor de overwinning in de race niet meer in gevaar kwam. Aan het einde van de race bedroeg de voorsprong zelfs 35 seconden! 

De tweede race mocht Ardi van der Hoek van pole position vertrekken. Dat ging Van der Hoek goed af, want hij dook met de Audi als eerste La Source in en zag bovendien dat achter hem Martin Short en Diederik Sijthoff in de rondte gingen. In de busstop-chicane vond echter ook een crash plaats waardoor de safetycar meteen de baan op kwam. Het opruimen van de brokstukken nam in totaal twintig minuten in beslag, waardoor Van der Hoek geen voorsprong kon opbouwen en dus eigenlijk extra benadeeld werd door de door de goede resultaten opgebouwde resultaatseconden. Door deze resultaatseconden wist Van der Hoek bij voorbaat al dat hij 25 seconden langer stil moest staan dan de concurrentie. Bovendien kwam de Audi-coureur bij de herstart vast te zitten achter een achterblijver. “Ik zat vlak voor de pitstops één à twee ronden vast achter de Mosler van Martin Short, die op dat moment al op een ronde achterstand lag”, aldus Ardi van der Hoek. “Dat heeft me zeker een paar seconden gekost.”

Na de pitstops was het de beurt aan Robert de Graaff om het stuur van Ardi van der Hoek over te nemen. De Graaff kwam door de resultaatseconden op de vijfde positie terug de baan op maar kon met snelle rondetijden voorbij gaan aan zowel de Mosler MT900 van Alex van ’t Hoff als de Ferrari 430 GT2 van Peter Versluis. Een podiumplaats leek dus tot de mogelijkheden te behoren, totdat Rick Abresch zich met zijn Corvette C6.R GT1 meldde aan de staart van de Audi R8 LMS GT3 van De Graaff. De Audi-coureur verdedigde zijn positie flink, maar kon niet voorkomen dat Abresch in de laatste ronden nog voorbij kon steken. De Graaff en Van der Hoek eindigden hierdoor dus op de vierde plaats, net buiten het podium.

Teammanager Olly Brinkmann: “Voorafgaand aan dit weekend dacht ik dat we het erg moeilijk zouden gaan krijgen. Onze Audi rijdt in standaard GT3-configuratie en vooral op een circuit zoals Spa Francorchamps is het dan erg lastig om tegen auto’s zoals de Corvette GT1’s, de Ferrari GT2’s en de snelle Moslers te racen. Uiteindelijk bleken we toch competitiever dan gedacht, en met de snelste tijd in de kwalificatie en de winst in de eerste race hebben de coureurs en het team het gewoon erg goed gedaan. Op zondag wisten we dat het op een droge baan en met de 25 resultaatseconden niet makkelijk zou gaan worden. Bovendien werkte de safetycar voor ons niet in het voordeel, waardoor we gewoon erg blij moeten zijn met de vierde plaats. Al met al was het een goed weekend, waarin we erg goede zaken hebben gedaan voor het kampioenschap.”

Ga terug naar het nieuwsoverzicht